Inleiding en oorsprong

De gerbil heeft zich aangepast aan de leefomstandigheden in de halfwoestijn.
De meeste soorten zijn vrij vriendelijk, nieuwsgierig en niet bijterig .Het zijn wel geen knuffeldieren en worden niet graag vastgepakt maar ze komen wel spontaan op je hand zitten en nemen graag wat voer van je aan .

Gerbils hebben nog een eigenschap waarmee rekening moet gehouden worden. Wanneer het diertje aan zijn staart wordt opgetild kan deze loslaten. Dit is een afweermechanisme om te ontsnappen aan hun belagers .Hij kan perfect zonder staart verder leven , maar deze groeit nooit meer aan .

Ze leven gemiddeld 5 jaar en ze zijn meestal geslachtsrijp vanaf 3 maand .Geslachtsbepaling is mogelijk vanaf 6-8 weken.

Het voordeel van een gerbil is dat hij overdag aktief is .Ze kunnen dikwijls in familiegroep gehouden worden dwz een paartje en de jongen tot de jongen geslachtsrijp worden .Daarna worden de jongen meestal uit het nest verdreven.

Huisvesting en bodembedekking

Voor de huisvesting moet met 3 dingen rekekning gehouden worden :

  1. hun behoefte om te graven
  2. hun knaagdrang
  3. gerbils kunnen hoog springen

Een glazen bak of aquarium met een min. Afmeting van 60 x 40 x 50 cm is zeer geschikt .
Het deksel moet vrij zwaar zijn en knaagbestendig. Hun kooi mag niet op een te koude plaats staan.Hooi wordt ook bijgegeven als nestmateriaal.

Door hun behoefte aan graven vragen ze een dikke bodemlaag van min 10 cm. Je kunt ook wat zand voorzien als bodembedekking.

Aubiose en hooi is bvb bijzonder geschikt als bodembedekking. De aubiose absorbeert heel goed de urine en bijhorende geurtjes en is stofvrij.

Een combinatie van houtkrullen en hooi kan ook, maar sommige gerbils zijn er allergisch aan en niezen en snotteren hierop.

Net zoals chinchilla’s hebben gerbils dagelijks behoefte aan een zandbad om hun pels te reinigen. Chinchilla badzand is hiervoor de beste keuze maar schelpen zand  voor vogels kan ook dienen.

Het zijn fervente knagers dus wilgentakken of fruitboomtakken, houten speeltjes, vogelnestkastjes en houten huisjes zijn absoluut noodzakelijk voor de slijtage van hun snijtanden en hooi voor de kiezen.

Voeding

Aangezien gerbils aangepast zijn aan woestijnomstandigheden  eten en drinken ze niet veel. Gerbildarmen zijn ingesteld op kleine hoeveelheden voedsel met veel vezels. Speciaal gerbilvoeder is het meest geschikt.
 
Hamstervoeding is veel te vettig en dus niet geschikt .

Ze kunnen met heel weinig water overleven.Het water wordt in de vetcellen bewaard en het verlies aan water wordt zoveel mogelijk beperkt door weinig urineren en zeer droge ontlasting.

Het voordeel hiervan is dat het hok minder snel moet schoongemaakt worden en dat ze minder stinken dan sommige andere kleine knagers.

Je mag ze absoluut niet overvoederen met groenten of fruit . Ze kunnen er gemakkelijk diarhee van krijgen. In kleine hoeveelheid en zeker niet dagelijks kan wat kool , wortel , appel , rozijnen , en meloenpitten geven worden.

Verder moet er voor de nodige eiwitten gezorgd worden . In speciaal gerbil voedsel zijn er reeds eiwitten in voorzien.
Geschikte eiwitbronnen zijn bvb hondenbrokjes (geen kattenbrokken want deze zijn te zoutig en kunnen blaasgruis veroorzaken) meelwormen of sprinkhanen.

Drinkwater wordt best verstrekt via een stevige drinkfles die knaagbestendig is.