Inleiding en oorsprong

Vroeger kwam de chinchilla voor in grote delen van het Andesgebergte in Peru, Bolivia, Argentinie en Chili tot een hoogte van 6000meter. Nu is hun leefgebied beperkt tot het noorden van chili.

Chinchilla’s zijn schemer en nachtdieren en dus zijn ze vooral s’avonds en s’nachts aktief. Het zijn koloniedieren dwz dat ze in groep leven en dus ook minstens per twee moeten gehouden worden om gelukkig te zijn.

Chinchilla’s zijn geweldige huisdieren, zeer intelligent en zeer aktief. Geen echte schootjeszitters dus wat minder geschikt voor kleine kinderen die contstant willen aaien.

Ze wegen gemiddeld 400 tot 800gram en leven gemiddeld 10 tot 15jaar en uitzonderlijk eens 20jaar. Ze zijn geslachtsrijp ts de 5-8 maanden.

Ze houden zichzelf goed schoon en geven geen geur af.Ze hebben op zich weinig verzorging nodig, zijn niet duur in onderhoud en worden zelden ziek mits enkele belangrijke regels in acht genomen worden, vooral wat de voeding betreft en huisvesting.

Huisvesting en verzorging

Chinchilla hebben wel wat ruimte nodig om te rennen en springen en klimmen. Dus een grote hoge tralieskooi van minstens  80 x 80 x 50 cm is geschikt. De kooi wordt best ingericht met houten zitplankjes in onbewerkt hout op verschillende hoogtes en dikke klimtakken uit hout van fruitbomen of wilgenbomen.
Een houten schuilhuisje of een onbewerkte aardenwerken kruik worden ten zeerste geapprecieerd.
Geen hout van naaldbomen gezien het hars toxisch is voor de chins.

Het zijn fervente knagers , dus geen speeltjes of plankjes in plastiek en ook geen tralies die geplastificeerd is.

Geef de chinchilla dagelijks een zandbad met chinchillabadzand om zijn vacht te onderhouden. Gebruik geen schelpenzand of vogelzand of vochtig duinenzand .Dit kan de vacht beschadigen en huidziekten zoals schimmels veroorzaken. Best een zandbak in knaagbestendig materiaal en dagelijks het badzand zeven om de keutels en andere vuiltjes te verwijderen.

De kooi moet op een rustige koele plaats staan en uit de tocht. Zeker nooit in direct zonlicht  of achter glas in het zonlicht. Hete zolders of veranda’s zijn niet geschikt. Chinchilla’s verdragen slecht temperaturen boven de 25°C .Ze hebben immers een bontjas aan.
Zorg tijdig voor verkoeling op warme dagen bvb met het verschaffen van een gekoeld zandbad of een gekoelde steen of bevroren water in een glazen flesje.
Plaats de kooi ook niet te laag, daar voelt de chinchilla zich niet veilig.

Geschikte bodembekkers zijn geperste houtvezelkorrels, beukensnippers, aubiose,..
Zorg ervoor dat de chins altijd droog zitten, ververs tijdig de bodembedekking, het badzand en dagelijks het drinkwater voor de goede gezondheid van de chinchilla’s.

Voeding

De basisvoeding voor chins is hooi en chinchillapellets. Het hooi wordt best geven in een hooibal en niet los op de grond . De pellets worden beperkt tot +- 40gram per dag per chinchilla en toegediend in een metalen of aardewerken potje. Gezien het nachtdieren zijn wordt de voeding best s’avonds verstrekt.

Voeders voor andere knaagdieren zijn niet geschikt voor chinchilla’s.

Geef nooit verse groenten of fruit aan een chinchilla !

Zoals bij vele knaagdieren groeien de tanden van de  chins dagelijks en is een knaagsteen en hooi absoluut noodzakelijk voor de slijtage ervan.

Als extraatjes kunnen gedroogde kruiden zoals luzerne, citroenmelisse, pepermunt, paardebloem, meidoorn gegeven worden.

Ook rozenbottels, johannesbrood, gedroogde rozijntjes (1 per dag) of een klein stukje toast of gedroogd oud brood kunnen toegediend worden.